2019-04-27 Reisverslag Zuid-Engeland

Reisverslag ATC-reis Engeland

Inleiding
Deze reis werd een onvergetelijke reis maar dan op een manier die we niet hadden kunnen voorzien. Op onze laatste dag moesten we definitief afscheid nemen van een van onze gewaardeerde ATC-leden, Henk Kappetein. Henk zal door velen van ons gemist worden als een goede vriend of kennis en als zeer gewaardeerd en onderscheiden oud ATC-lid. Speciale dank aan Arie Monster die achterbleef bij Corrie Kappetein in Canterbury om haar bij te staan en later met haar terug te reizen.

Hieronder mijn verslag van een gouden reis, maar wel een met een zwart randje.

Dag 1 – Woensdag 24 april
Woensdag 24 april midden in de nacht (althans zo voelde het :)) ging de wekker af. Twee uur later ontmoetten we in een schemerige maar gloednieuwe bus onze medereizigers voor wederom een mooie en gevarieerde reis van ATC - afdeling Rotterdam, voor de leden en hun partners. Complimenten aan Gerrit en Frans voor het bij elkaar brengen van de ideeën en de uitvoering. Gezien het vroege tijdstip zal het niemand verbazen dat deze heenreis een stuk rustiger verliep dan die van het jaar ervoor ;) maar met dank aan de vers gezette koffie door baristo’s Aad Fransen en Jan Kooistra en een heerlijke koek via Gerrit konden we langzaamaan dan echt wakker worden.

Een rustige start, ook letterlijk
De reis werd voortgezet per boot vanuit Duinkerken in Frankrijk, naar Dover in Engeland. We hadden geluk, niemand hoefde over de reling zijn ontbijt te retourneren want het was kalm weer dus rustig water en al snel kwam Dover Castle (welke bovenop de klif gelegen de grootste attractie van deze havenstad is) en de beroemde en beruchte krijtrotsen van Dover in beeld.

Dover is gesticht door de Kelten, 450 jaar v Cr. Er zijn ook nog zichtbare kenmerken als muren, straten en pleinen die doen herinneren aan de Romeinen, die zich na de Kelten vestigden in Engeland. Dover imponeert vanaf de eerste aanblik op de kliffen. Wie wil wandelen op het strand rond de kliffen om ze beter te bekijken dient goed uit te kijken want, zonde maar waar, gemiddeld slijt er maar liefst één meter per jaar van de rotsen af, het zachte krijt brokkelt af om vervolgens naar beneden te glijden.

The White Cliffs of Dover, Vera Lynn
De hoogste klif van Dover rijst maar liefst 110 meter boven de zee uit en deze mooie kustlijn wordt dan ook tot op de dag van vandaag beschreven in boeken en is een aantrekkelijke locatie voor filmopnames. Terug in de tijd werden de kliffen door Julius Caesar als de ideale verdedigingslijn gezien, inspireerde ze Shakespeare tot het schrijven van King Lear, speelden ze een grote rol als verdedigingsbolwerk tijdens de tweede wereldoorlog en werden ze bezongen door Vera Lynn tijdens de oorlogsjaren;

There’ll be bluebirds over
The white cliffs of Dover
Tomorrow
Just you wait and see
There’ll be love and laughter
And peace ever after
Tomorrow
When the world is free

Inderdaad, de witte kliffen van Dover zijn het wachten en zien alleszins waard.

Rommelig Rye
Onze eerste tussenstop in Engeland was in het kleine pittoreske en authentieke Rye. Authentiek vanwege het achterstallig onderhoud in de vorm van vervallen straten, kapotte raamwerken en verrot houtwerk maar verder absoluut een mooi stadje en een populaire trekpleister voor toeristen. Ik had daar overigens wel uren kunnen blijven om te verdwalen in de Grammar School Records shop, een unieke platenwinkel sinds 1991 gesitueerd in het historische Thomas Peacocke-gymnasium (gebouwd in 1636) met 20.000 LP's op voorraad en 20.000 7-inch singles. Kortom, het walhalla voor vinyl liefhebbers.

Geen blauw zonder geel
Onze reis vervolgde zich langs Hastings, een district, badplaats en haven in East Sussex, langs de imponerend gele koolzaadvelden in Wilmington. Om met Vincent van Gogh te spreken; ‘There is no blue without yellow and without orange'. Verder nu langs ‘The Long Man of Wilmington’, een geoglief van 69 meter lang in de heuvelrug South Downs dat een mens voorstelt die in beide handen een lange stok vasthoudt. In 1710 werd voor het eerst geschreven over de toen nog ‘Groene man’, dit vanwege de gras contouren die nu uitgesneden worden door witte kalkrotsen. De reis ging verder langs de kustlijn van Hastings waar zich ook de hoogste klif bevindt. De volgende stop werd Brighton, een naam die associaties oproept met Victoriaanse gebouwen en een van de grootste en bekendste badplaatsen in het Verenigd Koninkrijk is. Brighton is daarnaast ook bekend om zijn pier en het kiezelstenenstrand. Voor veel ATC-reizigers fungeerde Brighton's gokhal op de 525 meter lange pier deze dag voornamelijk als schuilplaats tegen de beroemde Engelse regen en wind :))

Brightons oorsprong
De oorsprong van Brighton's exclusieve bekendheid gaat terug naar 1747 toen de Londense arts Richard Russell naar Brighton kwam om daar zijn theorieën over de heilzame werking van zeewater te beproeven, opgevolgd door een dissertatie in 1750 waarin Russel zowel aan het baden in zeewater als aan het drinken daarvan een heilzame werking toeschreef. Het grote huis dat Russel in Brighton bouwde om patiënten te ontvangen voor een kuur aan zee zou later plaatsmaken voor een hotel.

Brightons vergane glorie
In de bus richting Emsworth passeerde we een kilometer verderop een schroothoop, oftewel de overblijfselen van de oude pier, een driehonderd meter lang bouwwerk dat ook nog steeds op Engeland's monumentenlijst staat. Wat dat laatste inhoudt weet ik niet precies want net zoals Engeland omgaat met het behoud van zijn kliffen (niet) en architectuur (aangebouwde kerken krijgen er met gemak een gedeelte in een geheel andere stijl bij) doet ook Brighton nog slechts vaag herinneren aan de Victoriaanse glorietijden van weleer en is er weinig over van het aanzien van Brighton's pier uit 1899. De pier met een theater, een paviljoen en een aanlegplaats voor stoomboten van toen hebben plaats gemaakt voor fish & chips-restaurants, gokhallen en kermisattracties (recent nog in het nieuws vanwege een incident met een kapotte attractie).

Praatjes en poems
Na een lange dag kwamen we om 19.00 uur (20.00 uur Nederlandse tijd) aan bij het Brookfield Hotel in de kleine havenplaats Emsworth nabij Chichester (wanneer je dit snel uitspreekt klinkt het als schijtlijster, grapte Gerrit, en zal elke Engelsman je verstaan :)) Hier zouden sommigen van het gezelschap de komende nachten weg kunnen dromen onder het baldakijn van een Engels hemelbed maar voor het zover was mochten we kiezen uit drie verschillende menu’s voor het diner, onze koffers uitpakken en ons opfrissen. Niet iedereen was even moe bleek even later want zo had Gerrit nog praats voor tien en stelde voor het diner te openen met het voorlezen van een paar hoogstaande Engelse gedichten (lol). Uiteraard ging iedereen graag en op tijd naar bed (hint; geloof niet alles wat ik hier zeg) om de volgende dag weer fris en fruitig op pad te kunnen gaan.

Dag 2 – Piratenschepen in Portsmouth
De Engelse weergoden waren ons goed gezind en met de zon in de rug was het goed vertoeven in deze mooie havenplaats. Portsmouth oogt een stuk mooier dan Rye en is ook rijker in zijn geschiedenis. Zo is Portsmouth de geboorteplaats van het literaire genie Charles Dickens en herbergt het o.a. The Mary Rose, een viermaster gebouwd in 1509 die tijdens haar eerste aanval slagzij maakte en zonk. Het wrak is behouden gebleven in het slib van de Solent en de romp werd in 1982 naar boven gehaald. Een onvoorstelbaar grote hoeveelheid voorwerpen is gelukkig ook behouden gebleven en bezittingen als gereedschappen, instrumenten, kleding en uitrustingen zijn nu tentoongesteld. Andere trekpleisters in Portsmouth zijn de HMS Victory & HMS Warrior 1860 nabij het grote scheepvaartmuseum en het Royal Naval Museum.

Gele hesjes
Wij zochten ook de achteraf straten van Portsmouth op en maakten daar een praatje met ‘the locals’. Wel, ze droegen nog net geen gele hesjes maar er heerst in het algemeen wel grote ontevredenheid over bijvoorbeeld de chaotische toestanden rond de Brexit, het laten verpauperen van de Engelse fauna en architectuur en om uit de grond gestampte appartementen die door slinkse speculanten ooit voor een schijntje zijn opgekocht om nu tegen woekerprijzen verhuurd of weer verkocht worden. Tijd tekort dus in deze stad, wat op zich natuurlijk goed is, er is Portsmouth genoeg te ontdekken. Na een stevige lunch in een Engelse pub verlieten we Portsmouth via het groene stuk land naast het strand van Southsea Common voor onze volgende bestemming, Arundel.

Howard House
Arundel, ligt in het dal van de rivier de Arun, met ongeveer 2500 inwoners en heeft als bekendste trekpleister het grote gerenoveerde kasteel, Arundel Castle. Dit kasteel, ook wel Howard House genoemd daar het eigendom is van de familie Howard, dateert uit de 12e eeuw en werd in de 17e eeuw grotendeels verwoest. Voor een bezoek aan dit kasteel moet je eigenlijk wel een halve dag uittrekken zo groot is het en ook om het verhaal bij alle vertrekken te kunnen horen. Evenzeer het bezoeken waard, om je onder te laten dompelen in de historische architectuur, de houten plafonds en de prachtige glas in lood ramen, was de St Nicholas Church of Arundel. Ik bedacht me wel dat de grootte van de kathedraal bepaald niet in verhouding staat tot de grootte van het plaatsje zelf.

Wie meer wil weten over geschiedenis van Arundle Castle bezoekt arundelcastle.org
Wie na wil genieten van Arundel tikt op YouTube ‘Visit Arundel’ in voor een promo video
De kathedraal is met zijn tijd mee gegaan en heeft een eigen twitteraccount.

Dag 3 – Motoren en meer in Beaulieu
Beaulieu (spreek uit als Bjoelie) is een plaatsje met ca. 829 inwoners, gelegen in het bestuurlijke gebied New Forest in het Engelse graafschap Hampshire, aan het gelijknamige riviertje de Beaulieu. Na een prima ontbijt vertrokken we om 8.46 uur (jawel, voor wie het nog niet wist, ATC mensen zijn mensen van de klok, wink, wink) naar het National Motor Museum, in het kort gezegd een museum over gemotoriseerd vervoer. Maar deze omschrijving alleen zou het museum ernstig tekortdoen want het National Motor Museum in Beaulieu is zoveel meer dan alleen maar (en dit uiteraard met alle respect voor alle ATC-leden :)) een automuseum. Zoals Gerrit het al omschreef in de speciale reis-nieuwsbrief, in het motormuseum van Beaulieu wandel je door prachtige tuinen, kun je alle voertuigen van Top Gear bekijken, bekijk je het park vanuit de lucht, gezeten in een monorail die ook dwars door een gebouw heengaat, maak je een ritje in een open dubbeldeks bus of een oldtimer, bekijk je oude winkeltjes en ingerichte werkplaatsen uit begin 20e eeuw, bezoek je een klooster of het kleine museum dat de geschiedenis van Beaulieu in de tweede wereldoorlog vertelt. Fijn dat we hier wat langer dan gepland konden blijven.

Loslopend wild
Na alweer geluk gehad te hebben met het weer konden we inmiddels wel stellen dat ook deze reis weer beschikte over ‘echt ATC weer’, wat wil zeggen; zonnig en droog weer. Na het bezoek aan het motormuseum mochten we uitrusten in de bus en liet Frans ons genieten van een indrukwekkend mooi natuurgebied, het New Forest National Park, welke ligt tussen Southampton en Bournemouth. New Forest werd in 1079 bestemd als jachtgebied voor de Engelse Koning Willem I, en zoals dat dan gaat, voornamelijk gebruikt om hout te kappen dat nodig was voor de vloot van de koning. En bij wie al een belletje ging rinkelen, inderdaad het park is vernoemd naar de mooie New Forest pony’s die daar vrij rondlopen.

Tip, smiley
Wie geraakt was door de schoonheid van dit park kan zijn kans pakken, de DEFRA (Department for Environment Food & Rural Affairs) zoekt momenteel nieuwe leden om het park mede te beheren.

Slapen en snoeren
Een nette variant al zeg ik het zelf op een ander gelijkend klinkend gezegde. Maar het zal niemand verbazen dat er onderweg niet alleen van het uitzicht genoten werd, ook het snelle schoonheidsslaapje in de bus werd zeer op prijs gesteld. Weer anderen, waaronder ook uw schrijfgenoot, knipoog, maakten tijdens de busritten gretig gebruik van de mogelijkheid om hun telefoon op te laden. Dat dit er een beetje raar uitzag, de wirwar van draden uit het plafond namen we hierbij graag voor lief.

Het laatste diner alweer
Het gezamenlijke en alweer laatste diner werd een gescheiden diner, verdeeld over twee eetzalen vanwege het feit dat het hotel afgehuurd was voor een bruiloft. De stemming leed er gelukkig niet onder en er was ook veel pret over het aantal aardbeien in de salade van de een en de mogelijke vissoort op het bord van een ander (oké dit is een insiders joke maar te grappig om niet te vermelden :))

Dag 4 – Reizen met Vincent
Hoewel niet zo vroeg als op de dag van vertrek stonden we iets vroeger op dan de dagen ervoor om stipt om half negen ‘s ochtends bepakt en bezakt de terugreis aan te vangen. In de bus wederom koffie, gezet en geserveerd door Aad Fransen en John van der Lans. Ook toepasselijke muziek uit de speakers van een Keltisch koor dat over leisteen afgravingen zong. Op de site van de centrale discotheek lees ik dat de inwoners van Wales zelf zeggen dat ze zingend ter wereld komen en ik geloof dat graag, ik vond deze muziek adembenemend mooi. Via dit linkje kun je meer lezen over de rijke geschiedenis van de Keltische taal.

Het Londen van Vincent van Gogh
De rit van 2,5 uur bracht ons op de M2, de ring om Londen. Het toeval (nee hoor, niks toeval) wilde dat ik tijdens de busrit het boek ‘Hoe ik van Londen houd. Een wandeling door het Londen van Vincent van Gogh las. En zo kwam ik te weten dat toen Van Gogh in 1873 in Londen verbleef daar toen zo’n 4 miljoen mensen woonden. In 2019, zo hoorde ik Frans vertellen, zijn dat er 12 miljoen. Van Gogh deed er trouwens wel iets langer over dan wij nu, hij reisde vanuit Helvoirt te voet of per rijtuig of paardenkar naar Oisterwijk om daarna via Brussel met de stoomtrein naar Parijs te gaan. Met overstap en al ruim deed hij hier zes en een half uur over. In Parijs verbleef hij een paar dagen om vervolgens via een raderstoomboot vanaf Dieppe over te varen naar Newhaven, een havenplaats vlakbij Brighton, om vandaar weer over te stappen op de trein naar Londen. Nee, ik zal nooit meer klagen als ik denk dat een reis in onze tijd lang duurt :)

M25
De ring om Londen nu mag met een lengte van 188 kilometer één van de langste ringwegen ter wereld genoemd worden en via deze ring kwamen we aan bij de mooie middeleeuwse stad Canterbury, in het graafschap Kent in het zuidoosten van Engeland.

Canterbury Tales
Publiekstrekker van de stad is de in de zesde eeuw gebouwde Canterbury Cathedral, van oudsher een geliefd bedevaartsoord. Hier komen ook de befaamde Canterbury Tales vandaan, pelgrim broeders die elkaar onderweg oude maar vermakelijke verhalen vertelden, die opgeschreven zijn door Geofrey Chaucer. Nog steeds komen pelgrims vanuit de hele wereld naar Canterbury om de imposante kathedraal te bezoeken. De kathedraal heeft ondanks vele beschadigingen door de eeuwen heen niets aan schoonheid ingeboet en hoewel zij behalve in de steigers ook ingeklemd staat tussen hedendaagse gebouwen in geheel andere stijl is The Canterbury Cathedral nog steeds Engeland's beroemdste kathedraal.

In een tweedehands boekwinkel (ja ik beken, ik ben boeken- en leesverslaafde) ‘The Burgate (vertaling: koopjes) Bookshop’ raakte ik aan de praat met de eigenaar en, zo vriendelijk als de Engelsen ook kunnen zijn, werd mij direct ‘tea and biscuits’ aangeboden♥ toen hij hoorde dat ik uit Nederland kwam. Deze boekwinkel nu bleek een Pelgrims boekenwinkel te zijn, waar de opbrengst van de verkopen ten goede komen aan de Pelgrim hospices (welke net als bij ons in Nederland niet op financiële ondersteuning van de overheid kunnen rekenen terwijl er wel geld nodig is om, los van alle vrijwilligers die geheel belangeloos in de hospices werken, ook een verpleegkundige en arts te kunnen betalen). Toen ik dat hoorde had ik de winkel nu om geheel andere redenen wel helemaal leeg willen kopen.

Een droevige afloop
Zoals in het begin van dit verslag al aangegeven reden we aangeslagen en bedrukt, maar op dat moment nog met hoop, richting Dover om de terugvaart aan te vangen. Onze hoop mocht niet baten, tijdens het diner ontving ons het droevige bericht dat Henk Kappetein in een ziekenhuis nabij Canterbury helaas was overleden.

En toch
En toch, en toch, en toch, een titel uit de musical Tsjechov, we nemen afscheid maar kijken ook vooruit. We hopen elkaar spoedig weer te zien en ook volgend jaar weer te mogen genieten van, zoals al toegezegd door Gerrit tijdens de reis, een nieuwe verbindende ATC-ledenreis.

Dank
Aan Frans onze trouwe buschauffeur, zonder wie deze reizen niet hetzelfde zouden zijn. Dank in het bijzonder aan Gerrit voor wie geen moeite te veel is om er een succes van te maken en die nu al druk bezig is om er volgend jaar wederom iets moois van te maken. Dank ook aan eenieder die hierbij betrokken was en, dank aan jullie, lieve leuke ATC-leden die vanaf de eerste reis dat ik erbij was mij warm welkom deden voelen in de groep.

En zoals de Belgen dat zo mooi kunnen zeggen, ik zie jullie graag (terug), Anja.

Tip
In de pdf bijlage is hetzelfde verslag maar dan met extra foto's in te zien

En hieronder een bericht van Co Rozendaal die een prachtige fotoreportage heeft gemaakt en met ons deelt;

Beste mensen,

De foto’s die ik gemaakt heb staan weer op het net.
De kwaliteit van alle foto’s is niet perfect.
De oorzaak is: diverse foto’s zijn uit de rijdende bus gemaakt,
en de foto’s uit de toren van Portsmouth zijn uit de toren achter glas genomen.
In het museum was ook slecht fotograferen vanwege inval zonlicht of lampen.
Alle foto’s kunnen gedownload worden, ze zijn op dag gesorteerd.

Woensdag 24 april klik hier
Donderdag 25 april klik hier
Vrijdag 26 april klik hier
Zaterdag 27 april klik hier

Met vriendelijke groet,
Co Rozendaal

Geschreven door Anja Overduin.
Met dank aan Co Rozendaal voor het fotologo bovenaan het verslag in pdf-format en voor het mooie fotoalbum op de site.